Stichting Castraatje Online

 

Zin en onzin over castraties

Tekst: Diana van Houten, dierenarts.

 

 

 

 

 

 

 

 

“ En als laatste hebben we het onderwerp geboortebeperking,  zeg ik tegen Roelof, die de drie maanden oude kat Rosie voor een vaccinatie naar de praktijk heeft gebracht. “ Wat is uw advies ? vraagt hij. “ Liever Rosie volgende maand castreren dan pas over een halfjaar. Roelof vraagt:  Castreren ?  Ik knik: “ Castreren is het chirurgisch verwijderen van de voortplantingsorganen. Bij de kater worden de testikels verwijderd, bij de poes de eierstokken. Bij een sterilisatie onderbreek je alleen de doorgang van de eileiders, waardoor de hormoonfunctie behouden blijft. De poes wordt dan nog steeds krols en kan ook ziekten als borstkanker en suikerziekte, krijgen. Dat willen we voorkomen, vandaar de castratie, die ik bij voorkeur voor de puberteit uitvoer.”

Roelof rommelt in zijn zakken, tovert er wat papieren uit en zegt: “ Ik had in uw informatiebrief al gelezen dat deze operatie ter sprake zou komen, daarom heb ik op internet wat informatie opgezocht. Een aantal negatieve effecten viel mij op.”  “ Zoals ? Roelof citeert: “ Als je een kat laat castreren, stopt hij met groeien en verandert zijn karakter.”  “ Ik begrijp waar je heen wilt,” zeg ik. “ In de VS is men jaren geleden begonnen met het castreren van katers en poezen op zeer jonge leeftijd. De kattenopvangcentra puilden uit met zwerfkatten en dieren moesten worden gedood omdat er geen baasje voor te vinden was. Samen met Texas University werd besloten alle katten vanaf zeven weken te castreren als oplossing voor dit probleem.

Door het noodgedwongen vroegtijdig castreren ontstond er een mogelijkheid om de vooroordelen, die leefden ten aanzien van vroege castratie, wetenschappelijk te onderzoeken. Uit onderzoek blijkt dat de sluiting van de groeischijven afhankelijk is van de hormonen, die door de geslachtsklieren worden geproduceerd. Dieren die dus voor de puberteit worden geopereerd, zullen zelfs wat langer doorgroeien. De invloed van castratie op het gedrag van katten is ook aangetoond. In vergelijking met intacte dieren zijn katten die gecastreerd zijn aanhankelijker tegenover mensen en minder agressief tegenover soortgenoten.”

Roelof gaat verder: “ De urinebuis van gecastreerde dieren blijft kleiner, dan die van hun intacte soortgenoten, waardoor eerder blaasproblemen ontstaan.” Ik schud mijn hoofd. “ Hetzelfde onderzoek heeft uitgewezen dat de diameter van de plasbuis of de functie hiervan niet verandert door castratie. Opvallend was juist dat er meer blaas- en urinewegproblemen worden geconstateerd bij laat gecastreerde dieren dan bij vroege castraties.”  “ Allemaal positieve effecten dus,” zegt Roelof. “ Op een ding na: katten kunnen dikker worden na de operatie, omdat ze minder energie verbranden. Geef, Rosie dus na de operatie minder voer, om te voorkomen dat ze te dik wordt.

Bovendien, ” besluit ik met een knipoog: verdien je de kosten van de operatie terug ! 

Terug naar praktische informatie