Uit:
Margriet, nr. 29, 1997
- Lieve
Lezeres,
- Ik
kreeg een brief van Marianne Jager uit Amsterdam met zo veel mooie verhalen,
dat ik er makkelijk drie Kattebelletjes mee zou kunnen vullen. Maar
ja, de ruimte is beperkt, dus moet ik haar brief helaas sterk inkorten.
Vorig
jaar vond Marianne een klein, extreem
bang Siameesje bij haar flat. Het poesje werd gevangen door de Stichting
Amsterdamse Zwerfkatten, die haar na sterilisatie bij de flat terugzette :
ze was te wild om ergens te plaatsen. Marianne was verontwaardigd. Ze
dacht dat het Siameesje de winter
nooit zou overleven. Met veel geduld lukte het haar om het poesje, Fientje,
tweemaal daags op een vaste plaats en tijd te voeren. Marianne kwam
in contact met de Stichting Hart voor Kansloze Dieren, die haar hielp
om Fientje te vangen.
De Stichting
liet het poesje door een
dierenarts grondig nakijken en hield haar drie
weken in quarantaine. Fientje gromde, blies en spuugde van zich af,
maar Marianne bezocht haar elke dag, aaide haar door de tralies (met
een dikke handschoen aan) en nam haar uiteindelijk, met kooi en al,
mee naar huis. Fientje bleef nog ruim twee weken in de grote kooi. Ze
werd elke dag iets rustiger. Al die tijd kwamen de drie andere katten
regelmatig haar kooi besnuffelen. Marianne praatte veel tegen Fientje
en durfde haar na een tijdje zonder handschoenen te verzorgen en te
aaien. Toen Fientje de kooi uit mocht, reageerden de andere katten nauwelijks;
ze kenden haar luchtje immers al goed. Een ideale mannier om katten
aan elkaar te laten wennen, zo’n verblijfskooi.
Fientje
is een gezellig poesje geworden, dat graag op schoot of bij de grote
rode kater ligt. “ Ik zou het niet geloofd hebben als ik het niet allemaal
met eigen ogen had gezien, ” schrijft Marianne. Zo zie je maar : met geduld
en doorzettingsvermogen kan er veel.