|
|
Wat doet
de schildklier ? De schildklier is niet eens een centimeter groot, maar heeft een grote invloed op het functioneren van het hele lichaam. Deze kleine klier bestaat uit twee delen die zich aan weerszijden van de luchtpijp bevinden. De schildklier produceert het schildklierhormoon, een hormoon dat ervoor zorgt dat de stofwisseling op een normaal niveau plaatsvindt. De snelheid van de hartslag, de werking van het maagdarmkanaal en de regulering van de snelheid waarmee voeding door het lichaam verwerkt wordt, behoren tot de belangrijke taken van de schildklier. Wat is het probleem bij de oude kat ? Bij veel oude katten wordt de schildklier groter en gaat meer schildklierhormoon produceren. De stofwisseling gaat te snel, waardoor de kat steeds meer gaat eten, maar toch magerder wordt. Het lichaam wordt langzaam gesloopt. Komt dit probleem veel voor ? Ja, veel oude katten krijgen er last van. Over het algemeen zijn deze katten ouder dan twaalf jaar. Een enkele keer wordt het probleem vastgesteld bij een jongere kat. Is het een gevaarlijk probleem ? Ja maar dat wordt het pas als het lang onbehandeld blijft. Als het vroeg ontdekt wordt, bijvoorbeeld tijdens een vaccinatie of gezondheidscontrole, is er nog weinig schade aan het lichaam. Gewichtsverlies, ondanks een goede eetlust, is meestal de eerste indicatie dat er iets aan de hand is. De meeste gevallen worden echter laat ontdekt. De op hol geslagen schildklier heeft het hart dan al een hele tijd te snel laten kloppen. De hartspier kan dan onherstelbaar verzwakt zijn. Schildklierpatiënten hebben ook een verhoogde kans op hoge bloeddruk, die ernstige schade kan aanrichten aan nieren, hersenen en ogen. Zelfs na behandeling van het schildklierprobleem moet de hoge bloeddruk soms nog levenslang behandeld worden. Schildklierpatiënten in een laat stadium komen dus meestal met meer symptomen bij de dierenarts. Een ding hebben ze gemeen: ze zijn broodmager ! Hoe kun je als eigenaar zien of een kat last heeft van de schildklier ? Het meest opvallend is dat de kat onverzadigbaar wordt. " Vroeger was hij kieskeurig, maar nu is het een veelvraat ! " is een veelgehoorde opmerking van de eigenaar. De hoeveelheid eten die naar binnen gewerkt wordt is vaak een veelvoud van wat de kat vroeger at. Toch wordt het dier steeds magerder. De spieren verdwijnen en de kat wordt letterlijk ' vel over been '. Meer water drinken en meer plassen vallen ook op. Veel katten gaan vaak overgeven en hebben last van diarree. De vacht wordt dof en plukkerig. Het gedrag verandert ook: de kat wordt actiever, oogt voor een oude kat nog erg fit. Ondanks de vermagering denkt men daarom vaak dat de kat niet ziek is. Hoe wordt de diagnose gesteld ? De dierenarts kan vaak al aan de schildklier voelen dat deze groter dan normaal is. Om de hoogte van de hoeveelheid schildklierhormoon vast te stellen wordt bloed afgenomen. Hoe wordt dit probleem behandeld ? Er zijn drie mogelijkheden : chirurgisch, medicamenteus of met radioactief jodium. Alle behandelingen hebben voor - en nadelen. Behandeling d.m.v. een operatie De chirurgische behandeling bestaat uit het verwijderen van het deel van de schildklier dat te groot is. Uitgevoerd door een dierenarts die hier ervaren in is, is het een snelle ingreep, met weinig risico 's. Er is natuurlijk een risico dat het hart de narcose niet aankan. Het hart heeft immers onder invloed van de schildklier een tijd te hard gewerkt en kan verzwakt zijn. Bij twijfel hierover kan eerst een echo van het hart gemaakt worden. Mijn ervaring is dat het hart de korte narcose, die nodig is voor deze operatie, doorgaans wel aankan. Na de operatie ontstaat weer een normale situatie. Wordt bijvoorbeeld de linkerschildklier verwijderd, heeft het lichaam voldoende aan de rechterschildklier om de stofwisseling op een normaal niveau te houden. Behandeling met medicijnen De behandeling met medicijnen bestaat uit het toedienen van schildklierremmers. Deze medicijnen remmen de overmatige productie van schildklierhormoon. Ze moeten wel elke dag toegediend worden. Als een kat niet makkelijk medicijnen inneemt of door de voeding accepteert is deze behandeling dus niet mogelijk. Deze medicijnen hebben verder het grote nadeel dat ze bij een flink aantal katten ernstige bijwerkingen veroorzaken. Braken, verlies van de eetlust, maar ook hevige jeuk of verstoring van de aanmaak van bloedcellen. Behandeling met radioactief jodium De behandeling met radioactief jodium is waarschijnlijk de beste en veiligste. Het jodium vernietigt alleen het te actieve schildklierweefsel. Deze behandeling kan slechts in een speciale kliniek gedaan worden. In Nederland is er maar één kliniek waar dat mogelijk is : de Lingehoeve. Ook in België is deze behandeling mogelijk. De kat dient tien tot veertien dagen na toediening van de radioactieve stof in deze kliniek te blijven. Deze behandeling is aanzienlijk duurder dan de operatie.
Als het slechts één kant van de schildklier betreft, is de operatie zonder veel risico. Er is wel een belangrijk punt waar de chirurg rekening mee moet houden. Tegen elke kant van de schildklier aan zit een nog kleiner orgaan: de bijschildklier. Deze produceert een hormoon dat van levensbelang is voor de kalkstofwisseling. Als een deel van de schildklier verwijderd wordt, probeert de chirurg de bijbehorende bijschildklier niet te beschadigen. Als dat per ongeluk toch gebeurt, is er nog geen probleem. De andere bijschildklier is er immers nog en het lichaam heeft genoeg aan één bijschildklier. Als echter beide kanten van de schildklier verwijderd worden en beide bijschildklieren beschadigd worden, ontstaat er een levensbedreigende situatie.
Kunnen zowel het linker als het rechterdeel van de schildklier verwijderd worden ? Ja, maar deze operatie is veel riskanter dan die waarbij er maar één deel verwijderd wordt. Beide bijschildklieren kunnen immers beschadigd worden. Gelukkig is het in de meeste gevallen zo dat maar één kant van de schildklier is die vergroot is, en teveel hormoon produceert. Dus wordt alleen deze kant verwijderd. Het gebeurt wel regelmatig dat enige tijd na het verwijderen van één kant van de schildklier, de andere kant ook groter wordt. De tweede operatie is dan riskant, tenzij de dierenarts zeker weet dat bij de eerste operatie de bijschildklier niet beschadigd is. Na verwijderen van beide schildklieren moet de kat dagelijks schildklierhormoon in tabletvorm krijgen om de normale situatie te herstellen. Vaak kan dit afgebouwd worden en gaat het lichaam zelf op andere plaatsen schildklierhormoon produceren. Mijn kat is al zo oud, moet ik het schildklierprobleem nog laten behandelen ? Het schildklierprobleem is een van de best behandelbare problemen van de oude kat. Door het te behandelen verbetert de conditie enorm en voegt u jaren toe aan het leven van uw kat. In mijn praktijk heb ik katten van achttien, negentien, zelfs twintig jaar aan de schildklier geopereerd, die daarna nog jaren leefden ! Let goed op of uw oude kat verschijnselen vertoont van een te hard werkende schildklier. Laat dit probleem uw kat niet slopen ! Hoe eerder u erbij bent, hoe sneller uw kat er bovenop is. |