|
Inleiding Bij oudere katten ziet Dierenkliniek de Wetering regelmatig schildklier problemen. De klachten die zich hierbij voordoen kunnen verschillend van aard zijn. De twee schildklieren liggen voor in de hals net onder het strottenhoofd, links en rechts van de luchtpijp, en op elke schildklier ligt de bijschildklier die weer een hele andere functie heeft. De schildklieren van de kat zijn zo klein dat ze normaal niet te voelen zijn. De schildklieren produceren het schildklierhormoon en geven dit af aan het bloed. Dit hormoon stuurt de stofwisseling in het hele lichaam. De bijschildklieren reguleren de kalkstofwisseling in het lichaam. De functie van de schildklier De schildklier kun je vergelijken met de motor van het lichaam. Werkt de schildklier goed, dit wil zeggen : produceert de juiste hoeveelheid hormoon, dan gaat in een gezond lichaam alles in harmonie. Het hart klopt in het juiste ritme, de vertering loopt op rolletjes, de verbranding verloopt normaal. Als jong dier heb je wat meer energie nodig voor alle spelletjes en ontdekkingstochten buiten. Naarmate je ouder wordt, heb je daar wat minder behoefte aan. De schildklier houdt daar rekening mee. En zal minder hormoon gaan produceren naarmate het dier ouder wordt. Wat gaat er mis ? Door nog onbekende reden gaat een schildklier bij de oudere kat, vanaf 8 jaar, soms groeien. In het overgrote deel van de gevallen is daar geen oorzaak voor te vinden. Slechts bij uitzondering is er sprake van een kwaadaardig gezwel. Elk deel schildklier dat extra aangroeit, produceert zelf weer een beetje hormoon. Dat betekent dat er teveel geproduceerd gaat worden. De verbranding gaat sneller, het hart gaat sneller kloppen en de vertering loopt ook te snel, en daarom niet altijd even goed. En de kat wordt onrustig. En om de verbranding bij te kunnen houden, moet de kat steeds meer eten. Op een gegeven moment moet hij z ’n eigen reserves aanspreken. Dat betekent eetlust als een tijger en toch afvallen. Alle symptomen op een rijtje Symptomen die Dierenkliniek de Wetering geregeld ziet, die verband kunnen houden met een te hard werkende schildklier zijn: afvallen, of ondanks zeer goede eetlust niet of nauwelijks aankomen, onrust, voor oudere kat overdreven activiteit, soms zelfs agressief, meer drinken. Soms symptomen van hartfalen : hoesten, benauwdheid, minder eetlust en ondanks onrust snel moe. Symptomen van de maag en darmen : veelvuldig braken, diarree of juist verstopping. Soms symptomen van verhoogde bloeddruk: wegvallen, flauwvallen, soms met krampen in de pootjes, in het niets staren, acute blindheid. Vaak zijn al deze symptomen in het begin heel subtiel aanwezig. Combinaties van symptomen kunnen voorkomen, maar soms is het enige opvallende een iets ander gedrag dan normaal. Diagnostiek In de hals, waar de 2 schildklieren van de kat zitten, wordt gevoeld of deze vergroot zijn. Deze zijn helaas niet altijd te voelen. Verder wordt in het bloed gekeken naar de hoeveelheid schildklierhormoon. Ook worden lever, nieren, suiker, eiwitten en bloedzouten in het bloed nagekeken. In combinatie met de bevindingen van het lichamelijk onderzoek, hartfunctie, gewicht van de kat, wel of geen afwijkingen in de buik, soms bloeddruk, wordt dan een plan opgesteld. Behandeling 1. Niet behandelen. Aangezien een kat die niet behandeld wordt op korte tot langere termijn sterft aan deze aandoening, wordt hier slechts bij uitzondering voor gekozen. Indien de schildklier maar een beetje te hard werkt, en de kat bijvoorbeeld zeer slechte nieren heeft, of ergens anders een lelijk kwaadaardig gezwel, wordt soms in overleg met de eigenaar hiervoor gekozen. De schildklier zorgt nu voor eetlust, die we de kat niet willen ontnemen de laatste weken tot maanden van z’n leven. 2. Behandeling met medicijnen. Er zijn medicijnen die de hoeveelheid hormoon afremmen. Helaas remmen deze medicijnen de groei van de schildklier niet. Er zal dus regelmatig bloedcontrole nodig zijn, om de hoeveelheid medicijn optimaal te houden. Bijwerkingen kunnen braken of verminderde eetlust zijn, of bij uitzondering bloedaanmaak verhinderen. Bijvoorbeeld zeer oude katten met een slecht hart of matig tot slecht werkende nieren komen hiervoor in aanmerking. Ook katten van eigenaren die zeer opzien tegen mogelijkheid 3 worden op deze manier behandeld. Soms wordt gekozen voor behandeling met medicijnen om een dier aan te laten sterken voor operatie. Nadeel is, dat de kat dagelijks medicijnen nodig heeft. En indien de kat bij ziekte de medicijnen niet goed binnen kan krijgen of houden, daardoor nog zieker zal worden. 3. Operatie. Veruit het grootste deel van de katten met dit probleem wordt bij Dierenkliniek De Wetering geopereerd. Tijdens de operatie wordt gekeken of er 1 of 2 schildklieren vergroot zijn. Bij eenzijdige vergroting wordt de vergrote schildklier weggehaald en krijgt u deze op sterk water mee. Indien de andere schildklier in de toekomst te hard gaat werken, sturen we de eerste op naar een patholoog. Dit, om te kijken of de bijschildklieren gespaard zijn gebleven. De bijschildklieren, die bij de schildklier zitten, zorgen voor de kalkhuishouding in het lichaam. Er zitten er twee bij elke schildklier. Als we weten dat deze nog in het lichaam zitten, gaat de eventuele tweede operatie met veel minder risico gepaard. Indien beide schildklieren vergroot zijn, halen we deze allebei weg. Het probleem met de bijschildklieren moeten we dan direct ondervangen. We controleren het bloedcalcium tijdens de operatie en de volgende dag. Zo kunnen we zien of de bijschildklieren gespaard zijn gebleven. Bij hoge uitzondering is correctie van de functie van de bijschildklieren met infusen en medicijnen gedurende een bepaalde periode nodig. Andere risico’s van operatie zijn : beschadiging van zenuwen of bloedvaten in de hals. Door de nauwkeurigheid van operatie en de vele schildklieroperaties die bij Dierenkliniek De Wetering gedaan worden, is dit risico minimaal. Verder is er het narcose risico, dat minimaal wordt gehouden door de keuze van narcosemiddelen en het gebruik van zuurstof en een zeer veilig narcosegas tijdens de operatie. Samengevat Hyperthyreoidie is een probleem dat geregeld voorkomt bij katten van middelbare tot oudere leeftijd. Dit probleem is in het algemeen zeer goed te behandelen. Des te eerder de diagnose gesteld kan worden, des te beter de prognose is. Onbehandelde dieren zullen uiteindelijk sterven aan de te hard werkende schildklier of de gevolgen daarvan op andere organen. Dierenartsen van Dierenkliniek De Wetering overleggen altijd met de eigenaar wat de beste behandeling is voor de kat. De uiteindelijke keuze van behandeling blijft de beslissing van de eigenaar.
|