|
Oorzaken Bij de kat komt, net als bij de mens, diabetes type 2 voor. Deze vorm ontstaat door overgewicht: het lichaam wordt minder gevoelig voor insuline en hierdoor moet het lichaam meer insuline maken om het bloedsuikergehalte binnen de norm te houden. Deze vorm kan verdwijnen als de kat de overtollige kilo’s weer verliest! Andere oorzaken zijn: aandoeningen van de alvleesklier, aandoeningen van de bijnier : ziekte van Cushing, uiterst zelden bij de kat en bijwerkingen van medicijnen, zoals prednisolon en dexamethason. Wat merkt u aan uw kat ? Veel voorkomende verschijnselen zijn : veel drinken, meer en vaker plassen, toename van eetlust, gewichtsverlies ondanks goed eten, slechte vachtconditie en snel moe zijn. In een vergevorderd stadium van de ziekte kan de kat erg sloom zijn, braken en juist een slechte eetlust hebben. Behandeling De meeste dieren kunnen goed behandeld worden door middel van insuline - injecties en een aangepast dieet. Omdat het lichaam bij een kat met suikerziekte onvoldoende insuline produceert, moet insuline worden toegediend per injectie. De hoeveelheid insuline die nodig is, varieert van dier tot dier: de arts zal berekenen hoeveel insuline uw dier nodig heeft en legt u vervolgens uit hoe, waar en wanneer u deze injectie moet toedienen. Het strikt volgen van het voorgeschreven tijdschema is hierbij heel belangrijk ! Hiermee wordt getracht een te hoog bloedsuikergehalte ( hyperglycaemie ) of een te laag bloedsuikergehalte te voorkomen. Een hypoglycaemie kan in ernstige gevallen resulteren in een coma ! Zoals gezegd moet de kat een aangepast dieet gaan volgen; ook dit heeft weer te maken met de dosering van de insuline. Indien uw kat te zwaar is, zal ook hier iets aan moeten worden gedaan ! Ook lichaamsbeweging heeft invloed op de glucose- en dus ook insulinebehoefte van het lichaam. Regelmatig bewegen wordt dan ook aangeraden, en is bij een te dik dier zelfs noodzakelijk ! Controles, een ‘ zoethoudertje ’ ? Om het bloedsuikergehalte stabiel te reguleren met insuline, is het nodig om het dier goed ‘ in te stellen ’. Dit betekent dat de juiste hoeveelheid dagelijkse insuline moet worden afgestemd op de goede hoeveelheid dieetvoeding. Hiervoor is een regelmatige controle van het bloedsuikergehalte nodig ! Dit betekent dat het bloed van de kat op gezette tijdtippen door de arts wordt gecontroleerd; aan het begin van de behandeling zal dat dagelijks zijn, maar naarmate de kat goed ‘ ingesteld ’ raakt, wordt deze controle wekelijks, maandelijks of om de paar maanden herhaald. Daarnaast zal het lichaamsgewicht van de kat nauwlettend in de gaten worden gehouden ! Het kan zelfs voorkomen, dat wanneer de kat weer op een goed gewicht is, de suikerziekte spontaan verdwijnt ! |