Stichting Castraatje Online
Uilskuiken
Stichting Hart voor Kansloze Dieren, 2004
 

De held van dit verhaal is wel een hele bijzondere, een lust voor het oog.

Daar was hij of zij, midden in de Amsterdamse Bijlmermeer, vlak naast de weg binnen hand - en pootbereik van mens en dier. Een baaltje dons met grote, ronde oranje ogen.

Maar alsof het zo moest zijn, kwam juist op het goede moment, Lorena, langs gewandeld. Ze was al twee stappen verder, toen zij zich realiseerde iets ongewoons gezien te hebben. Ze benaderde het wollige verschijnsteltje, maar dit werd kennelijk niet op prijs gesteld. De bal werd twee keer zo groot en bracht een vervaarlijk, klapperend, geluid voort, te vertalen als scheer je weg. Wat nu ?

De meeste mensen zouden zich wel twee maal bedacht hebben, alvorens deze reddingsactie te starten. Zo niet onze Lot ! Na goed rondgezocht te hebben naar eventueel een verlaten nest, bezorgde spiedende ouders, en alleen maar een geďnteresseerde kat ontdekt te hebben, werd tot actie overgegaan en..…hebbes. In tegenstelling tot de Bosuil, Steenuil en Kerkuil broedt de Ransuil niet in holen maar in boomnesten. En zo kwam dit Ransuil kuiken bij ons terecht. Tja, een klein venijnig uilenkind.

Het was geen katje, pardon vogeltje, om zonder handschoenen aan te pakken. Gewapend  met handschoenen en pincetje werden, om de drie uur stukjes tartaar en kip naar binnen gewerkt. In het begin lukte dit niet echt, totdat de door ons aangestelde verzorger, ontdekte dat je vrij agressief met een pincet zijn snavel moest benaderen. Het aangebodene werd er dan als het ware uitgescheurd.

Echt vriendelijk is hij nooit geworden. Bij de verzorger wilde hij wel onder het eten, op de hand, zonder handschoen zitten. Kwam je te dicht bij, dan veranderde hij weer in de bekende, dikke, klapperende geluiden makende donsbal. Het is nooit onze bedoeling geweest om zijn vriendschap te winnen, hij moest opgroeien tot een gezonde en vooral vrije uil. Een flinke dosis, blijf tegenover het mensdom op je tellen passen, is onontbeerlijk voor een succesvol vogelleven.

Er gingen enkele weken, waarin ons uilskuiken voorspoedig opgroeide, voorbij. We hadden besloten, dat wanneer de voor dit soort uilen kenmerkende schijnoortjes, de “ echte ” zitten diep verscholen onder de kopveren, als deze niet meer uit dons maar uit veertjes zouden bestaan, het tijd werd onze logé de wijde wereld in te sturen. Natuurlijk moest hier ook nog een stukje opvoeding, dat normaal door de ouders werd gegeven, aan vooraf gaan. Het minst aangename van deze taak was hem te leren op levende prooi te jagen. Laat ik daar niet over uitweiden, maar het was vanzelfsprekend een natuurtalent.

Vanuit zijn verblijf had hij zijn omgeving al aardig leren kennen. Nu was de dag gekomen dat de deur, die hem van de vrijheid gescheiden hield open zou gaan. Eindelijk kennis maken met de talrijke vogels, waaronder ook Steen - en Ransuilen.

Dagelijks had hij ze gehoord en waarschijnlijk ook gezien. Tegen de schemering werd zijn deur opengezet. Zonder aarzelen en of het de gewoonste zaak van de wereld was vloog hij in de walnotenboom tegenover zijn verblijf. We hebben hem nooit meer terug gezien. Wij wensen hem veel geluk in zijn vogelleven en geloven dat dit een zeer geslaagde actie was.

Wij missen zijn prachtige uilenballen !