Stichting Castraatje Online
Wat een kater
De tragische geschiedenis van Guus

Majesteit 2004, nr. 36, tekst : Marianne Jager

In de buurt zwierf een prachtige roodwitte kater. Schuw, maar o zo mooi. Wat zou het mooi zijn dit dier te vangen en hem een goed leven te geven in huis. Maar het mocht niet zo zijn…

Zwerfkatten
De buurt waarin wij wonen, is rijk aan zwerfkatten. Gelukkig zie ik ze niet al te vaak. Ik kan er slecht tegen. De katten die ik zie in de omgeving van onze flat in de Bijlmermeer heb ik nog steeds weten te vangen. Over Mika heb ik in Majesteit geschreven. Mika werd een uitbundige schootpoes. Aan niets is meer te merken dat ze ooit als een ziek, bang poesje een verscholen buitenleven leidde.
Roodwitte zwerver
Zomer vorig jaar zag ik af en toe een bange roodwitte kater in de bosjes bij de flat. Vanaf die tijd had ik steeds een kuipje kattenvoer bij me, voor het geval dat onze paden zich zouden kruisen. Soms zag ik hem vanuit de metro langs het spoor lopen. Als ik hem zocht, kon ik hem niet vinden. Zomaar ergens eten neerzetten, heeft hier geen zin. Het stikt hier van de kraaien en de ratten.
 
Het weerzien
Medio februari zag ik hem weer op de metrospoordijk. Ik zette eten voor hem neer, ver bij hem vandaan. Zelf liep ik om. Vanaf de andere kant benaderde ik hem. Angstig vluchtte hij weg van mij, richting etensbakje. Zo heb ik kans gezien hem op den duur te laten wennen aan een vaste voederplaats en - tijd. Het duurde niet lang voordat hij mij dagelijks zat op te wachten. Met een pilletje door het eten heb ik hem ontwormd. Op advies van Ronald van Soest, Stichting Hart voor Kansloze Dieren,  ben ik het eten neer gaan zetten in een grote, met plastic afgeplakte, kartonnen doos. Zo wende de kater eraan om ‘ ergens in te moeten ’ om te kunnen eten.
 
Guus
De kater deed mijn hart sneller kloppen; een prachtexemplaar met een grote brede kop, maar oh zo schuw! Ik noemde hem Guus. Als ik hem eten bracht praatte ik altijd even tegen hem, uit de verte. Ik knipte dan met mijn ogen in zijn richting. Hij beantwoordde dat gebaar. Ik zeurde Henk, mijn man, aan zijn ‘ kop ’ om toestemming, om Guus bij ons op te nemen. Henk had zo zijn bedenkingen. Eigenlijk vond Henk twee katten al genoeg. Guus zou nummer vijf worden…..
 
Opvangadres
In ieder geval wilde ik hem vangen. Zo’n leven tussen spoorlijn en drukke verkeersweg is doodeng. Elke dag was ik blij hem nog levend aan te treffen. Inmiddels had ik ook al een opvangadres voor hem, voor als het bij ons niet zou lukken. Een lieve mevrouw waar ik vorig jaar vier gevangen kittens onder heb mogen brengen, was bereid ook Guus bij haar te laten wonen.
In de kooi
Op een gegeven moment schatte ik in dat ik hem met een kooi nu wel zou moeten kunnen vangen. Ik vroeg aan Ronald om een vangkooi. De kooien bleken uitgeleend voor een langdurige vangactie. Het duurde nog enige weken voor er een kooi vrij kwam. Ik voerde Guus al een week of zes dagelijks grote porties blikvoer. Vijf april was het dan zover. Aan het einde van de middag werd de kooi geplaatst en Guus liep er in, zodra we op grote afstand waren. Ik was helemaal euforisch. Eindelijk kon ik hem van dichtbij zien. Het succes leek niet meer stuk te kunnen. We brachten de kooi met Guus erin onmiddellijk naar de praktijk van dierenarts Chris Polanen, waar Ronald als assistent werkzaam is. Ik heb foto’s genomen van een prachtige, oh zo bange kater.
 
De jobstijding
De volgende dag voelde ik me zeer voldaan en opgelucht, dat deze kat die al een jaar buiten was, eindelijk gevangen was. Nu zou dan eindelijk het grote genieten kunnen beginnen. Henk en ik waren nog aan het dubben of wij hem zouden kunnen nemen. In gedachten zag ik zijn indrukwekkende kop al op de cover van de volgende kersteditie van Majesteit. Toen belde Ronald…. Chris Polanen, had Guus onder narcose onderzocht en bloed afgenomen voor de testen op kattenaids ( Fiv ) en leukose ( FeLV ). Slechts voor een formaliteit, dacht ik ….. De test pakte positief uit ! Guus was besmet met het Feline leukose Virus. Wie had dat kunnen denken ! Pats boem: weg euforie !
 
Wat nu ?
Aan ons nu de keus wat wij verder wilden. We zouden hem terug kunnen brengen naar zijn groenstrook om hem daar verder te verzorgen, tot zijn dood, te verwachten binnen een jaar. Ook konden wij onze katten meermalen met tussenpozen laten enten en Guus daarna bij ons in huis nemen, socialiseren, en verzorgen als hij ziek werd. Niet geheel zonder risico. Guus moest dan eerst lang in een kooi in quarantaine blijven. Guus zou ook bij mensen in huis kunnen, zonder katten, die hem binnen zouden houden. Maar wie wil je zoiets aandoen ? Je eerst aan een beest gaan hechten om dan afscheid van hem te moeten nemen. Bovendien ken ik geen gedreven kattenliefhebbers, zonder katten. Of we zouden Guus moeten laten inslapen …..
 
Pijn in ons hart
We hebben met pijn in ons hart besloten dat Guus in moest slapen. Ik ben nog afscheid van hem gaan nemen. Hij was amper bij uit de narcose en zag er beroerd uit. Hij stonk erg naar urine. Wat een triest gezicht ! Guus bleek trouwens al een jaar of vier te zijn. Hij was al gecastreerd. Toen is hij ingeslapen. Ik heb hier veel verdriet van en voel me enigszins schuldig. Hij zou nog een fijne zomer buiten gehad kunnen hebben. De ziekte had zich nog niet geopenbaard.
 
Naschrift:
Meteen na het voltrekken van zijn doodvonnis - zo zie ik het - ben ik dit stukje gaan schrijven, met tranen in mijn ogen. Ik hoop dat er iets van geleerd kan worden.
Laten mensen toch vooral een gevonden, of uit het asiel gehaalde kat door de dierenarts testen, alvorens hem bij andere katten te zetten. Veel mensen nemen een groot risico door vrolijk een nieuwe kat in huis te nemen, zonder te weten of het beest een besmettelijke infectieziekte onder de leden heeft.
Voorheen dacht ik dat je het aan een kat zou kunnen zien als hij besmet is. Nee dus. Guus zag er prima uit met een prachtige vacht en heldere ogen. Voor ons komt er te zijner tijd wel weer een andere zwerver opdagen, die ik niet kan weerstaan, maar deze Guus zal ik niet vergeten ! Ik heb aan hem toch wat je noemt  “ een kater overgehouden ”.